AAIP – Hoofdstuk 16

Neurale Netwerken – Fundamenten

16.1 Waarom neurale netwerken?

Neurale netwerken vormen de ruggengraat van moderne AI: van beeldherkenning tot taalmodellen, van aanbevelingssystemen tot spraak.

Deep learning, LLM’s, vision‑modellen – alles begint bij het simpele neurale netwerk.

In dit hoofdstuk leer je:

16.2 Het kunstmatige neuron

Een kunstmatig neuron is geïnspireerd op biologische neuronen, maar is wiskundig extreem eenvoudig.

16.2.1 Invoer, gewichten en bias

Elk neuron ontvangt een vector van inputs x = (x₁, x₂, …, xₙ) en heeft bijbehorende gewichten w = (w₁, w₂, …, wₙ) plus een bias b.

z = w₁x₁ + w₂x₂ + … + wₙxₙ + b a = σ(z)

Waar:

16.3 Lagen & architectuur

Neuronen worden georganiseerd in lagen:

16.3.1 Feedforward netwerken

In een feedforward netwerk stroomt informatie één kant op: van input → verborgen lagen → output.

16.3.2 Diepte & breedte

Diepte = aantal lagen, breedte = aantal neuronen per laag.

Meer lagen = meer representatiekracht, maar ook meer risico op overfitting.

16.4 Activatiefuncties

Zonder activatiefuncties zou een netwerk slechts één grote lineaire functie zijn. Activaties brengen non‑lineariteit in het model.

16.4.1 Sigmoid

Output tussen 0 en 1 – vaak gebruikt in de outputlaag voor binaire classificatie.

16.4.2 Tanh

Output tussen −1 en 1 – symmetrischer dan sigmoid.

16.4.3 ReLU (Rectified Linear Unit)

De standaard in moderne deep learning:

ReLU(x) = max(0, x)

16.4.4 Varianten (Leaky ReLU, GELU, etc.)

Oplossen o.a. het “dode neuronen” probleem en verbeteren stabiliteit.

16.5 Forward propagation

Forward propagation is het proces waarbij een input door het netwerk stroomt en een voorspelling wordt berekend.

Stappen

  1. Neem input x.
  2. Bereken z = Wx + b voor de eerste laag.
  3. Pas activatiefunctie toe: a = σ(z).
  4. Gebruik a als input voor de volgende laag.
  5. Herhaal tot de outputlaag.
Forward pass = voorspellen. Backward pass = leren.

16.6 Loss‑functies

De loss‑functie meet hoe slecht het model presteert. Het is het kompas dat de richting van leren bepaalt.

16.6.1 Regressie

16.6.2 Classificatie

16.7 Backpropagation & Gradient Descent

Backpropagation is het algoritme waarmee neurale netwerken leren. Het berekent hoe elke gewichtswijziging de loss beïnvloedt.

16.7.1 Intuïtie

Het netwerk maakt een fout → de fout wordt teruggevoerd door de lagen → gewichten worden aangepast om de fout te verkleinen.

16.7.2 Gradient Descent

De gewichten worden aangepast in de richting van de negatieve gradiënt:

w ← w − η · ∂L/∂w (η = learning rate)

16.7.3 Varianten

16.8 Overfitting in neurale netwerken

Door hun grote capaciteit kunnen neurale netwerken extreem snel overfitten.

Oorzaken

Oplossingen

16.9 Toepassingen van neurale netwerken

Alles wat vandaag “AI” genoemd wordt, draait in de kern op neurale netwerken.

16.10 Reflectie‑opdracht

Beantwoord de volgende vragen schriftelijk:

  1. Leg in je eigen woorden uit wat een kunstmatig neuron doet.
  2. Waarom zijn activatiefuncties noodzakelijk?
  3. Wat is het verschil tussen forward en backward propagation?
  4. Noem een toepassing van neurale netwerken die jij persoonlijk fascinerend vindt.
← Terug naar AAIP landingspagina Ga verder naar Hoofdstuk 17 →